Waarom rattengif steeds slechter werkt
Resistentie, doorvergiftiging en het probleem dat blijft staan. Drie redenen waarom de vertrouwde lokaasbak minder oplevert dan vroeger.
Wie al langer een bedrijf runt, herkent het beeld: tien jaar geleden zette je een paar lokaasbakken neer en was het klaar. Nu staat dezelfde bak er, en lopen de ratten er gewoon langs. Dat is geen toeval.
Resistentie is geen theorie meer
Rodenticiden op basis van anticoagulantia werken door de bloedstolling te remmen. Bij elke behandeling overleeft een deel van de populatie — juist de dieren die er minder gevoelig voor zijn. Die planten zich voort. Na een paar generaties zit u met een populatie waarvoor het middel niet meer werkt.
De reflex is dan om de dosis te verhogen of een zwaarder middel te kiezen. Dat werkt één seizoen, en versnelt het probleem daarna.
De rekening komt bij de verkeerde terecht
Een vergiftigde rat gaat niet meteen dood. Hij wordt traag, komt naar buiten en is een makkelijke prooi. Kerkuilen, buizerds, boerderijkatten en honden eten hem op en krijgen het gif binnen.
Voor een agrarisch bedrijf is dat dubbel vervelend. U bestrijdt een knaagdier en schakelt tegelijk de roofvogel uit die er gratis een paar voor u ving.
Het onderliggende probleem blijft staan
Dit is de belangrijkste. Gif haalt dieren weg, maar verandert niets aan de reden dat ze er waren. Het gemorste voer onder de silo ligt er nog. Het gat achter de mestschuif zit er nog. De rietkraag langs de sloot biedt nog steeds dekking.
Zolang die drie dingen kloppen, komt er een nieuwe populatie. Meestal binnen een half jaar, en meestal via dezelfde route.
Wat wel werkt
Wering, het wegnemen van de voedselbron en gerichte bestrijding op de looproutes. Dat is arbeidsintensiever in de eerste maand en aanzienlijk goedkoper in het derde jaar, omdat u het probleem niet elk seizoen opnieuw koopt.
Het vraagt wel iets van u: een gat dichtmaken, anders opslaan, een strook kort houden. Wij vertellen precies wat, en het dichtmaken kunnen wij desgewenst voor u doen.